Broederschappen: populaire spirituele en materiële ‘verzekeringspolissen’
Bronnen over het bestaan van de zogenaamde ‘broederschappen’ gaan terug tot de middeleeuwen. Net als gilden waren broederschappen verenigingen van leken waarbij de toetreding afhing van een vrijwillige – en vooral: religieus geïnspireerde - keuze. De doelstelling sprak o.a. uit de naamgeving van de vereniging. Zo liet het ‘Broederschap tegen de Blasphemien en Verwenschingen’ weinig twijfel bestaan over hun beweegredenen. Veel broederschappen hadden echter uitgesproken spirituele én materiële doelstellingen.
Mensen verenigden zich in broederschappen om samen sterker te staan in hun streven naar eenzelfde doel. Zo bestonden er broederschappen die als doelstelling hadden om een vermogen bij elkaar te brengen om een kapittel op te richten en in stand te houden, zoals het zgn. ‘Priesterbroederschap’ in Sint-Truiden.
Op het einde van de middeleeuwen had elke parochiekerk die zichzelf respecteerde, minstens één broederschap onder zijn dak. In grotere kerken getuigen de pracht en praal van sommige altaarstukken nog van de concurrentiedrift van deze organisaties. Daarnaast vonden broederschappen ook onderdak in abdijkerken en hospitalen. Ze zorgden in de eerste plaats voor het zielenheil van hun leden. Maar ze namen ook de begrafenissen van arme, overleden medebroeders voor hun rekening en sprongen behoeftige leden bij. Dit ‘zorgnetwerk’ werd ook geregeld uitgebreid. Op belangrijke kerkelijke feestdagen mochten ook ‘externe’ armen mee aan de dis aanschuiven.
Los van dat materiële luik groepeerde broederschappen mensen die samen dezelfde devotie wilden beleven. Dat kon zijn voor een specifieke heilige (zoals de heilige Genoveva, of Onze-Lieve-Vrouw), of voor een bepaald relikwie (het Heilig Kruis, het Heilig Aanschijn), voor een vroom gebruik (de Rozenkrans, de Kruisweg) of voor Christus zelf (het Heilig Sacrament). Broederschappen konden ook getuigen van een bepaald voornemen, zoals de Broederschap der Heilige Genoveva in Zepperen. Hun leden engageerden zich om slecht gezelschap te vermijden. Met name vuile tongen, godslasteraars, onkuischaards, dronkaards en bespotters van den godsdienst zouden zij uit de weg gaan.
In 2009 presenteerde de Erfgoedcel van Sint-Truiden het boek ‘Overdenckt ten allen teyden Iesu leyden… Zes eeuwen parochiale broederschappen in Sint-Truiden’, wat een mooi overzicht biedt van de rijke verscheidenheid van talloze initiatieven en hun materiële ‘sporen’.
Leestips:
NIJSSEN (Rombout), ‘Overdenckt ten allen teyden Iesu leyden…’ Zes eeuwen parochiale broederschappen in Sint-Truiden’, Sint-Truiden, Erfgoedcel Sint-Truiden, 2009, 72p.
DOMPIER (Bernard) et VISMARA (Paola), Confréries et dévotions dans la catholicité moderne (mi-XVe - début XIXe siècle)[ctes du colloque, Rome, octobre 2003, organisé par le Centre d’histoire Espaces et cultures de l’Université Blaise-Pascal de Clermont-Ferrand, l’Università degli studi de Milan, et le Centre d’anthropologie religieuse européenne de l’École des hautes études en sciences sociales], Rome, Ecole française de Rome, 2008, 447p.
Afbeeldingen:
Broedersschapsplaatje (boven) en het Reglement van de broederschap in Zepperen (1845). (c) voor beide afbeeldingen: Erfgoedcel Sint-Truiden en Jan Bellen.







