De Sint, met of zonder baard
Gisteren kwam Sinterklaas langs in vele huiskamers, supermarkten, bakkerijen, speelgoedwinkels en shopping centers in Vlaanderen en Nederland. Daarbij klinkt vaak vaag het vermoeden door dat we 'dat al 'eeuwenlang' doen. Dat de haast mythische, gulle (en soms strenge) figuur met lange witte baard, mijter en staf op zijn paard uit de mist der tijden is opgedoemd en sindsdien jaarlijks blijft verschijnen. Niets is echter minder waar.
Hoewel sporen van (kinder- en jongeren)feesten rond de figuur van Sint-Nicolaas al in
laatmiddeleeuwse bronnen gevonden zijn en hoewel verhalen over en afbeeldingen van een bisschop Nicolaas uit Myra nog ouder zijn, moet toch sterk benadrukt worden dat veel elementen van de huidige sinterklaasviering pas vanaf het midden van de 19e eeuw (samen) vorm hebben gekregen en zich pas in de loop van de 20e eeuw in brede lagen van de bevolking verspreid hebben.
Het is riskant om met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis te hoppen en voort te gaan op
schijnbaar dubbelklikbare vormgelijkenissen. Er zijn verbanden tussen 15de- en 16de-eeuwse afbeeldingen van de legendarische belevenissen van (de vaak baardloze) Nicolaas en de Sinterklaas die vandaag in onze verbeelding, op (s)internet en als performance figureert, maar die vergen een complexe hordenloop terug in de tijd.
Als men over de grenzen kijkt, dan blijkt dat er vele fictieve figuren worden vereerd of gevierd in Europa en in Noord-Amerika in wiens naam geschenken worden uitgewisseld of die zelf in een decembernacht geschenken zouden brengen, die het gedrag van kinderen positief of negatief
sanctioneren en die allerlei verhaalelementen, rituelen en objecten uit een recent en dicht verleden combineren.
Zo wordt vandaag in Zweden het Luciafeest gevierd op 13 december, een feest dat
sinds de 18e eeuw gedocumenteerd is. Het basismotief is dat een in het wit gekleed meisje met een kroon van brandende kaarsen als Lussibrud (Luciabruid) ’s morgens ontbijt op bed of geschenkjes te brengen. Hierbij waren in de 18e eeuw verschillende elementen samengekomen, zoals het feit dat voor de invoering van de Gregoriaanse kalender (bij ons in de 16de eeuw, waarbij tien dagen werden overgeslagen, in Zweden pas in de 19e eeuw) 13 december als dag van de winterzondewende werd beschouwd en de naam van de op die dag gevierde heilige, Lucia (licht), uitstekend functioneerde in zo’n context. Eeuwen eerder had “Lucia” al als een verhalenmagneet gewerkt, wat in legendenverzamelingen verwerkt is. Dit verwijst naar een jonge vrouw die omstreeks 300, onder het bewind van keizer Diocletianus, in Syracuse (Sicilië) als Christelijk martelaar stierf. Verhalenmotieven met bruidschatten in de legende over haar leven en tal van andere verwijzingen maakten het mogelijk dat Sint-Lucia in de middeleeuwen en de nieuwe tijd, voor allerlei beroepsgroepen als bemiddelaarster of referentiepunt kon fungeren. Er is een onrechtstreeks verband tussen de (functies van de) middeleeuwse afbeeldingen van de Sint-Lucialegende en de vrolijke decemberviering met pakjes en lekkers in Zweden vandaag, maar daarvoor moet men allerlei door volkskundigen beschreven mechanismen van combinaties en toe-eigening in rekening brengen, net als bij Sint-Nicolaas trouwens...
Leestip: JACOBS (Marc), "De aantrekkingskracht van Nicolaas, zelfs zonder baard. Een verhalen-, rituelen- en beeldenmagneet in voortdurende evolutie", in: faro, tijdschrift over cultureel erfgoed, 1, nummer 4, oktober - december 2008, pp. 24-32.
Op 3 december 2008, enkele dagen voor Sinterklaas, onthulde minister van Cultuur Bert Anciaux in het Groeningemuseum in Brugge de aankoop van het retabel van de Heilige Nicolaas. De aankoop kadert in het sleutelwerken- en topstukkenbeleid van de Vlaamse Gemeenschap. Ter gelegenheid van de persconferentie schreef Marc Jacobs, directeur van FARO, een bijdrage over 'Sinterklaas: verhalen-, rituelen- en beeldenmagneet in voortdurende evolutie'.
Afbeeling: verzameling Sinterklazen. Zoek de echte!








