De wegen van de duivel: Diabolus in Musica
Diabolus in Musica verwijst naar de term die duidt op het interval van de overmatige kwart. In de middeleeuwen werd dit beschouwd als ketterij in de muziek, het werk van de duivel – nog lang voordat er sprake was van rock-'n-roll.
Eerst en vooral een beetje notenleer... Als de twee tonen van een samenklank (interval) na elkaar klinken spreken we van een melodisch interval. Klinken die tonen gelijktijdig dan spreken van een harmonisch interval. Vanuit de praktijk weten we dat sommige intervallen heel goed klinken, terwijl er andere zijn die dat niet doen; die heel scherp klinken. Die hebben zoveel spanning in zich dat ze om een 'oplossing' vragen. Een van die 'dissonerende intervallen' is de zogenaamde 'tritonus', dat wil zeggen een interval dat gelijk is aan de som van drie hele tonen. Ons toonsysteem bestaat uit een opeenvolging van hele en halve toonsafstanden. Twee soorten toonsafstanden dus, vandaar de benaming 'diatonisch' voor ons toonsysteem. Dit diatonische toonsysteem ligt ten grondslag van alle westerse muziek, het gregoriaans incluis.
Als we onze grote-tertstoonladder spelen of zingen: do - re - mi - fa - sol - la - si - do, ofwel c - d - e - f - g - a - b - c' , dan merken we dat tussen de tonen mi - fa en tussen de tonen si - do ofwel resp. e - f en b - c' zich een halve toonsafstand bevindt: in vroeger tijden semitonium of hemitonium geheten. Het is de kleinste toonsafstand in ons toonsysteem.
Een tritonus nu is een interval van drie hele tonen, bijv. f - b. Vandaar de naam tritonus. Wanneer de tonen van de tritonus na elkaar gezongen moeten worden, blijkt dat een verdraaid lastig interval te zijn, dat vaak tot foute inzetten aanleiding gaf. Geen wonder overigens, want het wordt omgeven door twee 'reine' (dus statisch klinkende) intervallen, namelijk de reine kwart en de reine kwint. Twee intervallen die, evenals het octaaf, in de oudste meerstemmige muziek veelvuldig voorkwamen. Men had dus vaak de neiging één van deze twee genoemde reine intervallen te zingen. De middeleeuwse wetenschapper die in alles de religie betrok, kon niet anders concluderen dan dat die tritonus een verstoring van de goddelijke orde betrof. Dit moest dus het werk van de duivel zijn. Men noemde de tritonus dan ook wel de Diabolus in Musica (de duivel in de muziek).
Problematisch werd de tritonus toen de meerstemmigheid haar intrede deed. Al vrij vroeg in de geschiedenis treedt er een zeer eenvoudige vorm van tweestemmigheid op. In de pauselijke kapel te Rome in de achtste eeuw, en enige tijd later in de keizerlijke kapel in Aken zong men in parallelle kwarten en kwinten. Uit deze primitieve vorm van meerstemmigheid ontwikkelde zich een vorm van meerstemmigheid die organum werd genoemd. Die wordt voor het eerst genoemd in het traktaat Musica enchiriadis (handboek over muziek) van een anonieme auteur uit de 10e eeuw. Als men consequent in deze parallelle intervallen bleef zingen stuitte men onvermijdelijk op de tritonus. Wijzigingen konden dus niet uitblijven...
Illustreer op Erfgoeddag dit vroege stukje westerse muziekgeschiedenis, met bijvoorbeeld een concert, een lezing en illustraties van hoe men die duivel in de muziek afbeeldde. Of zoek linken naar andere verschijningsvormen van 'de Schepper van het Kwaad'.
Leestips:
BOSSUYT (Ignace), Beknopt overzicht van de muziekgeschiedenis, Leuven - Amersfoort, Acco, 1995, 304p. Lees ook het Wikipedia-artikel over Satan.
Afbeelding: Fragment van het 'Laatste Oordeel' van Hiëronimus Bosch, Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen








