De wonderbaarlijke genezing van Pieter de Rudder
Wat Lourdes is voor Frankrijk en Fátima voor Portugal, is Oostakker voor Vlaanderen. Sinds 1873 is deze plek een populair bedevaartsoord, naast drie andere, erg populaire bedevaartplekken in België: Halle, Scherpenheuvel en Dadizele. Op 29 juni 1873 werd het Mariabeeld in de 'grot' plechtig gewijd in aanwezigheid van zo'n 2.000 devote parochianen. In de jaren daarop bleef het aantal wonderbaarlijke genezingen gestaag toenemen, zodanig zelfs dat de plek internationale allure kreeg.
De definitieve erkenning als bedevaartsoord kwam er pas echt na het mirakel van Pieter de Rudder, in 1875. Deze man (zie het portret hiernaast) had een dubbele beenbreuk opgelopen, acht jaar eerder, ten gevolge van een boom die op zijn linkerbeen was gevallen. Hij kon zijn been zo draaien dat zijn tenen naar achter gericht waren. Een amputatie leek onafwendbaar, gezien de wond etterde en het spierweefsel steeds verder wegrotte... Op 7 april ondernam hij met zijn echtgenote de pijnlijke kruisweg vanuit Jabbeke. Aangekomen sleepte De Rudder zich drie keer rond de grot en zakte vervolgens uitgeput neer op de bank voor het Mariabeeld. Hij besefte nauwelijks dat er een mirakel gebeurd was: hij kon terug op zijn benen staan en wandelde zonder krukken nog drie keer rond de grot! De dubbele beenbreuk was volledig genezen.
De Rudder zou nog 23 jaar leven na het mirakel. Over geen enkele andere genezing is zoveel geschreven en gepolemiseerd. In 1907 werd er een canoniek onderzoek afgekondigd en De Rudders lijk werd opgegraven. Wat bleek? Zijn twee benen bleken perfect en even lang. Een plechtige kerkrechterlijke verklaring volgde die stelde dat de genezing moest worden toegeschreven aan miraculeuze hemelse voorspraak.De pelgrims stroomden toe: in 1905 en 1909 werden er meer dan 100.000 gelovigen geteld.
Leestip: DENECKERE (Gita), "Oostakker-Lourdes: de grot. De Belgische Kulturkampf", in: België, een parcours van herinnering. II. Plaatsen van tweedracht, crisis en nostalgie, Amsterdam, Bert Bakker, 2008, pp. 20-33.








