Geitenmannen, verenigt u!

Geitenmannen, verenigt u!

“Velen worden er nog gevonden die met een misprijzend lachje de schouders ophalen, als men hen spreekt over het nut van de geit. Kom, zeggen ze, een geit is maar een geit… […] En toch is het niet zonder reden, dat men de geit weleens de koe van den werkman genoemd heeft.” Dit citaat komt uit de inleiding van het boekje ‘De geit’ van Th. De Paepe uit 1906. Het ontstaan van de geitensyndicaten, -bonden en –verzekering in Vlaanderen op het einde van de 19e eeuw is een hoogst interessant, maar onbekend stukje geschiedenis.

 

Door het samenspel van de oprukkende industrialisatie, het mislukken van de aardappel- en graanoogsten in 1845 (en het jaar daarop), belandden er in Vlaanderen meer en meer mensen in de klauwen van de armoede. In deze context ontstond de socialistische beweging die specifiek ijverde voor de verbetering van het lot van de arbeiders. Sinds het begin van de 19e eeuw had de burgerij zich opgeworpen als de leidende klasse. Door de enorme economische voorspoed die de industrialisatie met zich meebracht, zorgde deze liberale zuil goed voor haar leden, de burgerij. Arbeiders, boeren en landarbeiders speelden op het politieke en economische toneel een marginale rol.

Vanuit de katholieke hoek zag men de politieke voortgang van de burgerij met lede ogen aan. Mede om die reden begon de katholieke zuil haar pijlen te richten op de klassen die de burgerij links liet liggen… Zo werden de priesters aangemoedigd om vanaf de jaren 1880 oog te hebben voor de lagere klassen. De levensomstandigheden van het gewone volk waren mensonterend en daar moest eerst iets aan gedaan worden. Men vond echter geen heil in de oplossingen die de socialisten voorstelden, namelijk klassenstrijd en revolutie. Sociale ongelijkheid was immers door God gewild, wat niet een vrijbrief mocht zijn voor uitbuiting.

De pauselijke encycliek Rerum Novarum stippelde de krijtlijnen uit. Het ideaal om voeling te krijgen met de volksmassa was de creatie van een gemeenschapsgevoel – het gevoel dat de boer, landarbeider of arbeider moest krijgen om ergens bij te horen. Verzekeringskassen, syndicaten, corporaties en coöperaties schoten als paddenstoelen uit de grond. In 1890 werd de Boerenbond opgericht. In het kielzog volgden vaak de opstart van een fanfare, landelijke gilden, de katholieke bond voor boerinnen, een verzekeringsbond voor oogst en veestapel en een tijdschrift. Zelfs een marginaal fenomeen als de geitenteelt werd niet vergeten. Overal werden geitenbonden, geitensyndicaten en een herverzekering voor geiten opgericht. Vooraanstaande katholieken en dorpspastoors hielpen dan ook bij het opstarten en de inrichting van geitenverzekeringen en geitensyndicaten.

Ga jij in je lokale context op zoek of er een Geitenbond heeft bestaan? Speur naar de bronnen en probeer te achterhalen waarom en wanneer deze is opgericht… In hoeverre waren families afhankelijk van hun geit?


Leestip
:
Voor wie meer wil lezen over het ontstaan van geitensyndicaten, -bonden en –verzekering in Vlaanderen, kan terecht in ‘De Ark’, het tijdschrift van het Steunpunt Levend Erfgoed. Frans Vandenhende schreef een boeiende reeks met als titel ‘Geitenmannen, verenigt u!’ Meer info hierover vind je op de website van het Steunpunt Levend Erfgoed. Wie graag echt werk maakt van deze ongemeen boeiende geschiedenis, kan Frans Vandenhende contacteren om een samenwerking op poten te zetten. Zijn contactgegevens vind je op de website.

Afbeeldingen:
Ongedateerde foto's van rond de vorige eeuwwisseling van een familie met hun geit. (c) Steunpunt Levend Erfgoed - Frans Vandenhende

Erfgoeddag - afbeelding
FaroVlaanderen anysurfer

Ga naar de publiekssite Erfgoeddag 2011.

wieni