"Leven is werken, werken is leven"

"Leven is werken, werken is leven"

Bij de start van de industriële revolutie gebeurde het overgrote deel van de textielarbeid (spinnen, weven, enz.) nog thuis, op een manier zoals dat al eeuwenlang gebeurde, met de hand en met de traditionele instrumenten. Er was geen enkel onderscheid tussen de woon- en de werkfunctie van het huis. Dat veranderde met de concentratie en de mechanisatie van de arbeid in fabrieken die met stoommachines werkten. Meer en meer thuiswevers hielden noodgedwongen hun nering voor bekeken  en gingen in de fabrieken werken. En zo verschenen ook de eerste, door de werkgever opgerichte beluiken. De Koninklijke Heemkundige Kring Maurits van Coppenolle (Brugge) wijdt er n.a.v. Erfgoeddag een tentoonstelling aan.


De meeste van die nieuwe ondernemingen werden in het bestaande stedelijke patroon ingeplant. Werkgevers moesten met andere woorden voorzien in de huisvesting van hun arbeiders. Elke beschikbare ruimte in de stad werd algauw ingenomen door de komst van talloze nieuwe golven van arbeiders. Binnenplaatsen, zolders, kelders en beluiken boden onderdak. Zo blijkt uit rapporten van 1843 dat hele gezinnen genoegen moesten nemen met eenkamerwoningen.

Ook zo in Brugge. Het karakter die stad werd in de 19e en een deel van de 20e eeuw niet alleen bepaald door zijn architectura maior die toen al veel buitenlandse toeristen lokte. Maar zeker ook door de grote aanwezigheid van de talrijke over de stad verspreide arbeidershuisjes. Een aantal van deze huisjes werden op een binnenplaats gebouwd zonder sanitaire voorzieningen. Meestal was er een pomp en één à drie toiletten voor alle bewoners. Deze bebouwde binnenplaatsen werden in de volksmond 'fortjes' genoemd. De omstandigheden waarin de arbeiders en hun gezinnen leefden waren ronduit mensonterend.Hier gold het devies: "Leven is werken, werken is leven"...Rond 1960 verdween het laatste fortje uit het straatbeeld. Op Erfgoeddag geeft de Koninklijke Heemkundige Kring Maurits van Coppenolle inzicht in dit fenomeen.


Delf jij op Erfgoeddag ook vergelijkbare geschiedenissen op? Hoe waren de leef- en werkomstandigheden in jouw gemeente tijdens de 19e en 20e eeuw? Hoe ging er tijdens de (weinige) vrije tijd van de arbeiders aan toe?

Leestip:
DE WILDE (Bart), Witte boorden, blauwe kielen. Patroons en arbeiders in de Belgische textielnijverheid in de 19e en 20e eeuw, Gent, Ludion, 1997, 404 p.

Afbeelding:
Het Gentillepoortje in 1937. (c) De Koninklijke Heemkundige Kring Maurits van Coppenolle

FaroVlaanderen anysurfer

Ga naar de publiekssite Erfgoeddag 2011.

wieni