LTI: in de greep van de taal

LTI: in de greep van de taal

Gisteren gelezen in een interview. Een politicus geeft aan een andere politicus een goede raad over hoe hij met journalisten moet omgaan. "De kunst bestaat erin te doen alsof je antwoordt, maar eigenlijk gewoon je eigen gedachten zegt." De geïnterviewde noemt het dan ook passend een "afwijking". Daaruit blijkt dat (politieke) taal verre van onschuldig is.

Terug in de tijd, en veel meer uitvergroot dan het citaat van deze politicus, is het werk van de Duits-joodse filoloog Victor Klemperer (1881-1959). In het boek LTI - de titel is een parodiërende afkorting die staat voor 'Lingua Terii Imperii', of 'De taal van het Derde Rijk' - analyseert hij de technieken van taalterrorisme, met alle verdraaiingen en leugenachtige constructies vandien.

"Nooit in mijn leven, nooit, heeft mijn hoofd zo van een boek gedaverd als dat van Rosenbergs 'Der Mythus des 20. Jahrhunderts'. Niet omdat het een buitengewoon diepzinnig, moeilijk te begrijpen of psychisch schokkend werk was, maar omdat Clemens er minutenlang mee op mijn hoofd hamerde," schrijft Klemperer in LTI. Rosenberg was de sterideoloog van Nazi-Duitsland. Hij was degene die het antisemitisme van de nazi's een pseudo-wetenschappelijke fundering gaf, voortbordurend op De Gobineaus en Chamberlains al even pseudo-wetenschappelijke rassentheorieën. Dat uitgerekend de jood Klemperer dit boek in zijn bezit had, stond voor Sturmbahnführer Clemens van de Gestapo met "hostieschennis" gelijk - vandaar ook zijn gewelddadige reactie.

In oktober 1942 werd in nazi-Duitsland een decreet uitgevaardigd waarin stond dat het verboden was in commerciële reclame superlatieven te gebruiken. Sindsdien mochten de Duitsers niet meer bediend worden door "best geschoolde" alleen nog door "goed geschoolde" vakmensen. De nazi's eisten het monopolie van de overtreffende trap voor hun eigen propaganda op, maar dat viel niet mee. Aanhoudend overdrijven leidt immers tot afstomping, scepsis en op de duur tot ongeloofwaardigheid, zo meenden de antifascisten. Maar was dat geen wishful thinking vanwege de tegenstanders? Er zijn voorbeelden in overvloed die aantonen dat het nazi-regime zich zelfs in volle crisis ongelooflijke leugens en blunders kon permitteren zonder dat het daardoor bij het volk in
diskrediet geraakte. Toen Duitsland al helemaal in puin lag, schrok Goebbels er niet voor terug om er een idylle van te maken: "Uit puinhopen en ruïnes kringelt weer de rook op uit kachelpijpen, die hun neus nieuwsgierig uit de houten hutjes steken."

Het zich opblazen met dikke woorden was typisch voor het nationaal-socialisme dat voor zijn bombastisch-feestelijke representatie onophoudelijk een beroep deed op wat propagandaminister Joseph Goebbels, in navolging van de Amerikanen, "Schau" (show) was gaan noemen. In 'Tot het bittere einde', de dagboeken die Klemperer tijdens twaalf jaar nazi-heerschappij consciëntieus bijhield, verwijst de filoloog en romanist herhaaldelijk naar zijn plannen om de taalacrobatieën van het Derde Rijk te analyseren. 'LTI' was voor Klemperer aanvankelijk een parodiërende benaming, een private bespotting van de monsterlijke afkortingen ("BLUBO" staat voor "Blut und Boden") waarin het Derde Rijk grossierde en waarvan op den duur niemand meer wist waarvoor ze stonden.

Toon jij op Erfgoeddag soortgelijke, ideologische of taalkundige mechanismen?

Leestips: KLEMPERER (Victor), LTI. De taal van het Derde Rijk, Amsterdam, Atlas, 2001, 367p. en lees 'De taal in het gelid', een artikel van Gie Van den Berghe op Serenbib.be.

Afbeeldingen: portret Victor Klemperer en cover van 'LTI'.

Erfgoeddag - afbeelding
FaroVlaanderen anysurfer

Ga naar de publiekssite Erfgoeddag 2011.

wieni