Wij zijn strevers in een kajak
De armen van gisteren zijn niet die van morgen. Omdat wij strevers zijn, en omdat onze norm van armoede verschuift. "Een belangrijk systeemkenmerk van onze moderne economie, dat fundamenteel is voor armoede en de (ongelijke) verdeling van welvaart, blijft onbesproken: het creeëren en verschuiven van normen." In een opiniestuk in De Morgen legt Stijn Rottiers haarfijn uit hoe (niet alleen) onze moderne economie armoede en ongelijkheid stimuleert. Ook stof tot nadenken voor erfgoedwerkers.
Als we de armoede onwettig willen verklaren, dan kunnen we maar best stoppen met over armoede te praten. Niet om het probleem dood te zwijgen, maar juist om het aan te pakken. Dat is ook de boodschap van mensen als filosofe Susan George. Onze economie groeit scheef, stelt zij. Een kleine groep van mensen bezit de overgrote meerderheid van de welvaart. De tendens is zelfs dat een grote groep het met steeds minder van de koek moet doen. Deze scheve verdeling zien we zowel op wereldschaal als binnen elke nationale economie. De cijfers zijn ondertussen genoegzaam bekend. Diverse remedies worden naar voor geschoven, zoals een miljonairstaks, maar wekken vooralsnog weinig animo.
We moeten echter goed weten dat we niet zomaar aan de marge moeten morrelen. Het volstaat niet om vast te stellen dat 1) onze economie tot deze gigantisch scheve verdeling heeft geleid, 2) we dit als problematisch ervaren, en 3) we dan de zwaarste excessen willen aanpakken. Er is meer aan de hand. Een belangrijk systeemkenmerk van onze moderne economie, dat fundamenteel is voor armoede en de (ongelijke) verdeling van welvaart, blijft onbesproken: het creëren en verschuiven van normen.
In historisch perspectief zijn de meeste Belgische armen helemaal niet arm. Hoe erbarmelijk ook, de meesten hebben ruiten in ramen, een toilet binnenshuis, en vaak hoogtechnologische communicatiemiddelen. Naargelang hoe ver je terug gaat in de tijd, soms niet eens zo ver, zijn dit zaken die ooit als luxegoederen werden bestempeld.
Jammer voor onze armen, en volgens sommigen nog jammerder voor de rest van de samenleving, maar armoede laat zich niet in historisch perspectief voelen. De luxegoederen van weleer hebben hun egard verloren. Het zijn vandaag elementaire basisgoederen. Het niet hebben van deze zaken, tenzij vanuit een bewuste keuze, ontmenselijkt het leven in onze rijke Westerse samenlevingen. We weten dit allemaal. Veel van wat vandaag slechts is weggelegd voor enkelen, wordt morgen nagestreefd door de massa, en overmorgen sluit de massa je uit als jij het nog steeds niet hebt. Zoals het veranderen van de zeden, veranderen ook de normen.
Begeerte
Waarom jagen we toch normen na? Dit begint met het nastreven van wat vandaag nog maar voor enkelen is weggelegd. Zijn we allemaal zo jaloers en afgunstig? Tot voor kort gold afgunst nog als een hoofdzonde, en zo werkt het nog steeds in de spotterm ‘jaloeziesocialisme’. Er is toch dat gebod ‘begeer nooit iemands goed’? Nochtans is die mimetische begeerte, het begeren van wat een ander wil of heeft, geen lege en irrationele drijfveer (zoals Rawls beweert in A Theory of Justice). Ten eerste laat deze drijfveer zich niet wegzetten: jij en ik, we zijn er allemaal door gebeten. Adam Smith, de vader van de moderne economie zag maar al te scherp dat de onderliggende drijfveer naar bezitsverwerving de sociale vergelijking was. En bovendien is deze drijfveer niet eens zo gek. Of we nu willen of niet, onze bezittingen bepalen grotendeels onze sociale positie. En die sociale positie is o zo belangrijk. Het bepaalt of je serieus genomen wordt in discussies, of je kans maakt op een bepaalde job (probeer als advocaat maar eens cliënten aan te trekken als je sjofel gekleed uit je verroeste tweedehandsauto kruipt). Maar ook op individueel niveau ontsnap je niet aan de sociale vergelijking. Neem huisvesting. Het hoeft je niet te interesseren wie in wat voor huis woont, zolang je zelf maar beschikt over een degelijke woonst. Niets luxueus, gewoon degelijk. Wel, jouw norm van een ‘gewoon degelijke’ woning hangt af van de norm van vandaag. Het zijn die normen die bepalen wat normaal, maar ook wat abnormaal is. Ze zijn cruciaal in het leven van ons allemaal, arm én rijk.
Waar komen die normen dan vandaan? Uit het streven van ons allemaal. En het streven van velen verlegt de norm. Wat gisteren nog luxe was, is vandaag pure noodzaak. Waarom? De ruimere verspreiding van het luxeproduct heeft het tot de normaalste zaak van de wereld gemaakt. En zo streven we allemaal; naar de ultieme wereldreis, die chique wagen, of het gewoon degelijke huis, niet meer, maar vooral ook niet minder. En met ons streven slepen we de norm met ons mee. Zorgen we ervoor dat wat gisteren volstond, morgen onvoldoende zal zijn. Zo veroordelen we anderen tot de bedelstaf, of we verplichten hen mee te stappen in de race. Niet zozeer om zich te verbeteren, maar om niet te verslechteren. Stilstaan is achteruitgang. Aan dat effect wordt vaak gerefereerd, maar meestal vanuit een gelaten aanvaarding, niet vanuit een kritische houding. Nochtans zou de idee ‘stilstaan is achteruitgang’ bij ieder van ons alvast twee vragen moeten oproepen. 1) Wie heeft het recht om de norm waarmee anderen beoordeeld worden op te trekken zonder daarvoor verantwoording of solidariteit verschuldigd te zijn? 2) In hoeverre is iemand persoonlijk verantwoordelijk om voortdurend te beantwoorden aan veranderende normen? Vooral de eerste vraag biedt een vernieuwd perspectief op solidariteit en herverdeling binnen onze moderne economie.
Normen verleggen
Zolang we in de bestrijding van armoede vertrekken van armoedebestrijding dweilen we met de kraan open. Onze moderne economie stuwt onze samenleving, verlegt haar grenzen, maar tegelijk ook haar normen. Deze tendensen zijn onlosmakelijk verbonden, en moeten dan ook als zodanig doordacht worden. Solidariteit is niet enkel kijken naar diegenen die uit de boot vallen. De pendant van dit perspectief is dat de zwemmers maar tot bij de boot moeten raken. Maar wat als de boot ondertussen stevig doorvaart? Solidariteit is ook kijken naar diegenen die de boot voortstuwen. En zoals elke beeldspraak schiet ook deze tekort: het is niet zo dat je, eens op de boot, veilig zit. In feite zitten we elk in onze eigen kajak en moeten allemaal driftig peddelen om bij te blijven. Deze idee moet mee bepalen wie waar recht op heeft.
Over de auteur
Stijn Rottiers is socioloog en filosoof en voltooit momenteel zijn doctoraat over dit thema aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (Universiteit Antwerpen). Deze tekst verscheen op 21 december in De Morgen en is op deze website overgenomen met toestemming van de auteur.
Afbeelding:
Gent, MIAT – binnenzicht van spinnerij (c) Philippe Debroe







