Winter 1511. Brussel is overdekt met een sneeuwtapijt. Meer dan honderd sneeuw- en ijssculpturen vullen het straatbeeld: mythische en bijbelse figuren, dieren en allerlei personages uit volksverhalen. Jan Smeken - "vol gebreken", naar eigen zeggen - de toenmalige officiële stadsdichter van Brussel en factor (auteur en regisseur) van de rederijkerskamer 't Mariacranske, schrijft over dit sneeuwpoppenfestival een gelegenheidsgedicht, getiteld d'Wonder dat in die stat Bruesel gehemaect was van claren ijse en snee, die wel gheraect was.