“Elke dag om vier uur uit de veren, om twee uur later op mijn werk te arriveren. Dikwijls zitten de treinwagons tjokvol met vuile, bezwete collega’s, omdat de tijd ontbreekt om zich ’s ochtends te wassen. Onderweg probeer ik soms een uiltje te knappen om de verloren slaap in te halen, maar dat is geen evidentie in de oncomfortabele werkmanstreinen. Pas om 20.30 komt mijn trein weer in mijn dorp aan en moet ik nog een halfuurtje stappen door de donkere velden om mijn huisje te bereiken. De dagen zijn ondraaglijk lang! Meer dan 17 uur werken en op de trein zitten, om een krappe 7 uurtjes thuis te zijn…”